Grote katachtigen


Taxonomie

Klasse: Zoogdieren

Orde: Roofdieren

Familie: Katachtigen

Geslacht: Panthera

 

De Felidae familie bestaat uit katachtige roofdieren en kan in twee subfamilies worden opgesplitst; de Pantherinae en de Felinae. De Pantherinae zijn de grote katachtigen, onderverdeeld in het genus Panthera (met vijf soorten) en het genus Neofelis (met twee soorten). De Felinae zijn alle andere katachtigen, waaronder de huiskat. De focus van VIER VOETERS en FELIDA ligt bij de grote katachtigen behorend tot het genus Panthera; dit zijn de volgende vijf soorten:

  • Leeuw (Panthera leo)
  • Tijger (Panthera tigris)
  • Jaguar (Panthera onca)
  • Luipaard (Panthera pardus)
  • Sneeuwluipaard (Panthera uncia)

Leeuw

Maximale levensverwachting: ♀19 ♂16 jaar (zelden ouder dan 12 jaar), in gevangenschap 30 jaar

Gemiddelde grootte: lichaam ♀158-192 ♂172-250 cm, staart 60-100 cm, schouderhoogte 100-128 cm, ♀110-168 ♂150-272 kilo

IUCN status: Kwetsbaar / CITES: Bijlage I (A) & II (B)

Ondersoorten (2): P. l. leo (Afrikaanse leeuw), P. l. persica (Aziatische leeuw)

 

De kleur van de vacht varieert van geelbruin en grijs tot oranje en donkerbruin. De leeuw heeft een gespierd lichaam dat gebouwd is voor krachtige, korte inspanningen. Vooral de schouders en voorporten zijn massief en krachtig, waardoor de leeuw in staat is om grote prooien te grijpen en te onderwerpen. Naarmate leeuwen ouder worden, wordt de kleur van de neus donkerder en bij de mannetjes worden de manen donkerder en prominenter. Witte leeuwen zijn geen ondersoort of albino’s, maar het resultaat van een recessieve mutatie. De witte vacht komt voornamelijk voor in gevangenschap als gevolg van selectief fokken op deze eigenschap. Leeuwen zijn de meest sociale katachtigen, met complexe sociale groepen die territoriaal gedrag vertonen.


Leeuw Saba in LIONSROCK Big Cat Sanctuary.
© VIER VOETERS

Tijger

Maximale levensverwachting: ♀16 ♂12 jaar, in gevangenschap 26 jaar

Gemiddelde grootte: lichaam ♀146-177 ♂189-300 cm, staart 72-109 cm, schouderhoogte 80-110 cm, ♀75-177 ♂100-261 kilo

IUCN status: Bedreigd / CITES: Bijlage I (A)

Ondersoorten (9): De 6 nog levende ondersoorten zijn P. t. tigris (Bengaalse tijger), P. t. altaica (Amur / Siberische tijger), P. t. amoyensis (Zuid-Chinese tijger), P. t. corbetti (Indo-Chinese tijger), P. t. sumatrae (Sumatraanse tijger), P.t. jacksoni (Maleise tijger). De 3 uitgestorven ondersoorten zijn P. t. balica (Balinese tijger), P. t. sondaica (Javaanse tijger), P. t. virgata (Kaspische tijger).

 

De basiskleur van de vacht varieert van donkerrood tot bleek geel, en het patroon en de donkerheid van de strepen variëren. Over het algemeen hebben tijgers uit Zuidoost-Azië een donkerder basiskleur met meer strepen, terwijl tijgers uit noordelijke regio’s lichter zijn met minder strepen. De vacht is kort, met uitzondering van de dikke, lange wintervacht in Russische verre oostelijke regio’s. De tekening op de flanken en het hoofd zijn uniek per individu. Witte tijgers zijn geen ondersoort of albino’s, maar het resultaat van een recessieve mutatie. Dit komt voornamelijk voor in gevangenschap, waar mensen selectief op deze eigenschap fokken. Tijgers zijn solitaire dieren en in het wild kunnen ze dagelijks 15 tot 20 kilometer lopen, op zoek naar prooien en voor het afbakenen van territoria. Ze kunnen goed zwemmen en op warme dagen staan of liggen ze graag in water.


Tijger Rhadja in FELIDA Big Cat Centre.
© VIER VOETERS

Jaguar

Maximale levensverwachting: 14 jaar, in gevangenschap 22 jaar

Gemiddelde grootte: lichaam ♀116-219 ♂110-270 cm, staart 40-80 cm, schouderhoogte 68-75 cm, ♀36-100 ♂36-158 kilo

IUCN status: Gevoelig / CITES: Bijlage I (A)

Ondersoorten: Er is geen algemene consensus over het bestaan van en het eventuele aantal ondersoorten van de jaguar. 

 

De basiskleur van de vacht varieert van bleek goud tot een roestrood en wordt bedekt met een serie van ronde donkere vlekken of rozetten met daarin kleinere stippen (anders dan bij luipaarden). Een rij van zwarte vlekken op de rug kan een zwarte lijn vormen. Korte en ronde oren, aan de achterkant zwart. Melanistische vormen, ofwel zwarte jaguars, komen veel voor. De jaguar is stevig gebouwd, met een grote kop en korte poten. Tijdens droog en warm weer zijn ze graag in het water. Ze vermijden open bos en grasvelden. Hoewel negen ondersoorten bekend zijn, worden momenteel slechts drie ondersoorten erkend: P. o. onca, P. o. hernandesii en P. o. palustris.


Jaguar Onca (overleden in 2016) in FELIDA Big Cat Centre.
© VIER VOETERS | Jeanine Noordermeer

Luipaard

Maximale levensverwachting: ♀19 ♂14 jaar, in gevangenschap 23 jaar

Gemiddelde grootte: lichaam ♀95-123 ♂91-191 cm, staart 51-101 cm, schouderhoogte 55-82 cm, ♀17-42 ♂20-90 kilo

IUCN status: Kwetsbaar / CITES: Bijlage I (A)

Ondersoorten (9): P. p. pardus, P. p. nimr, P. p. saxicolor, P. p. melas, P. p. kotiya, P. p. fusca, P. p. delacouri, P. p. japonensis, P. p. orientalis

 

Vachtkleur varieert van fel goudgeel tot bleek geel en roestrood geel, met een witte buik. De vacht is kort, met zwarte vlekken op hoofd, nek, schouders, poten en achterhand. De zwarte vlekken vormen gebroken cirkels of rozetten op de zijkant en rug. Melanistische vormen, ofwel zwarte luipaarden, komen voor in Afrika en Thailand. Luipaarden zijn solitair en extreem territoriaal.


Luipaard Bakari in LIONSROCK Big Cat Sanctuary.
© VIER VOETERS | Bogdan Baraghin

Sneeuwluipaard

Maximale levensverwachting: vermoedelijk 12 jaar, in gevangenschap 20 jaar

Gemiddelde grootte: lichaam ♀86-117 ♂104-125 cm, staart 78-105 cm, schouderhoogte tot 60 cm, ♀21-53 ♂25-55 kilo

IUCN status: Kwetsbaar / CITES: Bijlage I (A)

Ondersoorten: Er is geen algemene consensus over het bestaan van en het eventuele aantal ondersoorten van de sneeuwluipaard. 

 

Basis vachtkleur varieert van rook grijs tot geelbruin, met witte buik. Bedekt met donkergrijze tot zwarte open rozetten, met kleine vlekken van dezelfde kleur op het hoofd en grotere vlekken op de poten en staart. Ongebruikelijk voor katachtigen zijn de oogkleur van bleek groen of grijs. Sneeuwluipaarden hebben een lange, dikke vacht en zijn kleiner dan de andere grote katachtigen. Hun lichamen zijn aangepast voor het leven in een koude en bergachtige omgeving: gezet, kleine en ronde oren, brede poten met vacht op de onderkant. Dikke staarten vanwege vetopslag en dikke vacht. Sneeuwluipaarden zijn solitair en hebben een duidelijk afgezet territorium.


print

doneer.png

Social Media

Newsletter